Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Beklag. Beslag onder verschoningsgerechtigde (advocaat). Ingevolge art. 98.4 Sv kan de verschoningsgerechtigde tegen de beschikking van de R-C ex art. 552a Sv een klaagschrift indienen bij de Rb. Nu de Rb. heeft vastgesteld dat de klager m.b.t. de bedoelde bestanden zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen en de R-C daaromtrent (nog) niet heeft beslist, had de Rb. de behandeling van het klaagschrift dienen aan te houden en de stukken in handen van de R-C moeten stellen teneinde een beschikking te geven a.b.i. art. 98.1 Sv. Het oordeel van de Rb. dat het klaagschrift in afwachting van de beschikking van de R-C ongegrond moet worden verklaard, is onjuist. Volgt terugwijzing.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



25 oktober 2016

Strafkamer

nr. S 15/05945 Bv

AGE/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 20 november 2015, nummer RK 15/002948, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben F.G.L. van Ardenne en R.J.E. Merkus, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat de Rechtbank het klaagschrift van de klager ten onrechte ongegrond heeft verklaard voor zover dit strekt tot opheffing van het beslag op de bestanden die op het adres [a-straat 1] te [plaats] onder de klager in beslag zijn genomen.

3.2.

De bestreden beschikking houdt - voor zover in cassatie van belang - het volgende in:

"De officier van justitie heeft bevestigd dat klager zich in de [a-straat] (ten aanzien van een aantal goederen) heeft beroepen op zijn verschoningsrecht. Naar het oordeel van de rechtbank dienen de in de [a-straat] inbeslaggenomen goederen derhalve ook te worden beschouwd als inbeslaggenomen onder een verschoningsgerechtigde.

De rechter-commissaris heeft zich in haar beschikking niet over de beoordeling van de op de [a-straat] inbeslaggenomen goederen uitgelaten.

(...)

Op de nog niet door de rechter-commissaris beoordeelde documenten/bestanden (notitie [getuige] en bestanden/gegevensdragers [a-straat] ) dient het beslag te blijven voortduren totdat de rechter-commissaris heeft geoordeeld over de relevantie van die documenten/bestanden. (...)

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond ten aanzien van: (...)

Alle goederen/bestanden, op 18 mei 2015 in beslag genomen op het adres [a-straat] ."

3.3.

Voor de beoordeling van de klacht is van belang dat op 1 maart 2015 de zogenoemde versnelde beklagprocedure voor verschoningsgerechtigden in werking is getreden, waarbij de art. 98, 552a en 552d Sv zijn gewijzigd. Art. 98 Sv luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

"1. Bij personen met bevoegdheid tot verschooning, als bedoeld bij artikel 218, worden, tenzij met hunne toestemming, niet in beslag genomen brieven of andere geschriften, tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt. De rechter-commissaris is bevoegd ter zake te beslissen.

(...)

3. De rechter-commissaris die beslist dat inbeslagneming is toegestaan, deelt de persoon met bevoegdheid tot verschoning mede dat tegen zijn beslissing beklag open staat bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd en tevens dat niet tot kennisneming wordt overgegaan dan nadat onherroepelijk over het beklag is beslist.

4. Tegen de beschikking van de rechter-commissaris kan de persoon met bevoegdheid tot verschoning binnen veertien dagen na de betekening daarvan een klaagschrift indienen bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd. Artikel 552a is van toepassing.

(...)"

3.4.

In de beschikking van de Rechtbank ligt als haar - juiste - oordeel besloten dat het op grond van art. 98, eerste lid, Sv eerst aan de Rechter-Commissaris is om te beslissen over het beroep op het verschoningsrecht ten aanzien van de op het adres [a-straat 1] te [plaats] inbeslaggenomen bestanden. Ingevolge art. 98, vierde lid, Sv kan de verschoningsgerechtigde tegen de beschikking van de Rechter-Commissaris op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift indienen bij de Rechtbank. Nu de Rechtbank heeft vastgesteld dat de klager met betrekking tot de bedoelde bestanden zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen en de Rechter-Commissaris daaromtrent (nog) niet heeft beslist, had de Rechtbank de behandeling van het klaagschrift dienen aan te houden en de stukken in handen van de Rechter-Commissaris moeten stellen teneinde een beschikking te geven als in art. 98, eerste lid, Sv bedoeld. Het oordeel van de Rechtbank dat het klaagschrift in afwachting van de beschikking van de Rechter-Commissaris ongegrond moet worden verklaard, is onjuist. Het middel klaagt daarover terecht.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking maar uitsluitend wat betreft de beslissing van de Rechtbank ten aanzien van de bestanden die op het adres [a-straat 1] te [plaats] onder de klager in beslag zijn genomen;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, opdat de zaak in zoverre op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2016.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature