Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2014:693
Hoge Raad, 11/04029

Inhoudsindicatie:

Profijtontneming, artt. 36e Sr, 74 AWR en 420bis en 420quarter Sr. In ECLI:NL:HR:2008:BD2774 heeft de HR geoordeeld dat er geen beletsel is om vermogensbestanddelen waarover men de beschikking had doordat belasting is ontdoken, aan te merken als voorwerpen “afkomstig (…) van enig misdrijf” i.d.z.v. de art. 420bis en 420quarter Sr. Daaruit mag niet worden afgeleid dat voor de belastingdienst verzwegen vermogensbestanddelen steeds in volle omvang moeten worden beschouwd als de opbrengst van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit, a.b.i. art. 36e Sr jo. art. 74 AWR. Daarbij komt dat er geen grond is om elk voordeel dat d.m.v. een aan de belastingheffing onttrokken vermogensbestanddeel is behaald, aan te merken als de opbrengst van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit a.b.i. de zin van de zojuist genoemde bepalingen. ’s Hofs oordeel dat art. 74 AWR niet aan ontneming in de weg staat omdat kan worden aangenomen dat de betrokkene zich niet alleen aan een fiscaal delict, maar ook aan “witwassen” heeft schuldig gemaakt, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug