Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2014:2746
Hoge Raad, 12/04862

Inhoudsindicatie:

Beklag, beslag, art. 94a.3 en 4 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823. De Rb. heeft blijkens zijn overweging t.a.v. het salaris dat in de periode vanaf juni 2009 tot 31 januari 2012, uit hoofde van een arbeidsovereenkomst bij een van de coffeeshops van X, aan klaagster - die in die periode met X een relatie onderhield - is betaald, geoordeeld dat “van een schijnconstructie gesproken kan worden”. V.zv. de Rb daarmee tevens als haar oordeel tot uitdrukking heeft willen brengen dat zich hier de situatie van art. 94a.3 Sv voordoet, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. De Rb heeft voorts t.a.v. de aan klaagster betaalde uitkering uit de overwaarde van een woning, geoordeeld dat “de klaagster wist, althans redelijkerwijs kon vermoeden dat de uitwinning van het geld onder X zou worden gefrustreerd”. Hierin ligt als oordeel besloten dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat de uitkering aan de klaagster is gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen. Dit oordeel behoeft nadere motivering.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug